Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Calabrië’

Ik ben een vreemde man tegengekomen. Met een emmer en een witte jeep. Tijdens mijn ochtendwandeling over het Calabrese platteland. Ver weg de velden op waar je normaal alleen wat blaffende honden tegenkomt. Af en toe een paardendrol. Of een hoopje veren, van een vogel die een aanval van de rondzwervende vos niet overleefd heeft. Maar nooit een ander persoon, laat staan een auto.

Maar daar stond hij. Een gebruinde Italiaan van rond de 30, stevig gebouwd en met grote handen. Op het uitgestrekte veld waar ik altijd de honden loslaat omdat het er zo stil is. Waar de vogels in de twee vijgenbomen vaak het enige gezelschap zijn.

VijgenboomOnder de mooiste vijgenboom stond de gebronsde man. Met in één van die grote handen een wit emmertje. Regelmatig ging zijn andere hand omhoog. De boom in om vijgen te plukken.

Met zijn open jeep was hij vanochtend in alle vroegte vanuit zijn huis op Capo Vaticano naar deze boom gereden. “Omdat hier de beste vijgen van de streek hangen. Kom maar proeven. Ze zijn nu al lekker, maar we leggen ze één voor één in de zomerzon. In de winter heb je dan de heerlijkste gedroogde vijgen.”

Dat de Calabrese gedroogde vijgen lekker zijn, had ik al ervaren. Afgelopen winter, bij het supermarktje in Ricadi. Waar eigenaar Gianni mij een zak gedroogde vijgen toestopte. “Voor jou, proef maar. Is heerlijk”. En ik gaf hem geen ongelijk. Een volle zoete smaak, zonder toevoegingen van honing of kaas. Gewoon puur natuur en zo smaakvol.

Deze normale vijgen zijn makkelijk te plukken en te eten. Emmer, lange armen (eventueel een tak met een natuurlijke haak) en vroeg opstaan (anders is het te warm op de velden) zijn voldoende om die heerlijke sappige vruchten te plukken. Eventueel schillen en dan zo opeten.

fich d'indiaEcht heel vroeg opstaan en een speciale ijzeren stok mee zijn echter de benodigdheden voor die andere vijgen, de fichi d’India. Deze langwerpige vruchten met bovenop prachtige bloemen zitten aan grote cactusachtige planten. De vruchten zelf hebben ook stekels en beginnen half augustus van lichtgeel naar donkeroranje te kleuren.

Voor het eerst sinds ik in Calabrië ben, heb ik zo’n vijg op. De eerste vrucht van het seizoen werd mij gepresenteerd door een allervriendelijkste man. De  regenpijpaanlegger uit het naburige dorp. Hij heeft haarfijn uitgelegd hoe en wanneer je deze stekelige vrucht plukt en eet. Wat een arbeid! En dat voor een stuk fruit dat weliswaar heel voedzaam is (de Siciliaanse landarbeiders gebruikten het heel lang als ontbijt), maar mij te melig.

Vanochtend heel vroeg zijn we naar het land van zijn moeder gelopen en hebben daar deze prachtige, maar voor mij te stekelige vruchten geplukt. Wat een verhalen en Fichi d'india opgestapeldwat een werk. Het zorgt ervoor dat ik steeds meer inzicht krijg in de producten die in de supermarkt liggen. Wat een belachelijk lage prijs voor zo veel werk!

En mijn favoriete vijgen? Die haal ik het liefste bij Gianni, gedroogd.

Read Full Post »

Een veelgehoorde kreet, helaas, waarmee bedoeld wordt dat de zuidelijke regio’s van Italië eigenlijk Afrikaans zijn. Qua leven, economie en politiek: oftewel een rommeltje en de mensen zijn er lui, vies en ambitieloos. Deze mening is vooral Noord-Italianen bedeeld en een teken van de niet-eensgezindheid onder de Italianen.

Hierop wezen de federalistische uitspraken van minister Renato Brunetta (Lega Nord) in Il Giornale nog maar eens: “De regio Calabrië en de stad Napoli zijn net een gezwel: als we deze gebieden zouden kunnen losmaken van Italië, kunnen we het beste land van Europa worden”.

Een bizarre uitspraak voor mij als Nederlandse. Ik kan mij niet voorstellen dat minister Hirsch Ballin zegt: “Weg met Limburg, het houdt de ontwikkeling van Nederland tegen”. Nu zijn Nederland en Italië natuurlijk totaal niet met elkaar te vergelijken qua grootte en inwoneraantal. En Italië bestaat in de huidige vorm pas 150 jaar. Daarvóór was het een ratjetoe van koninkrijken en graafschappen. Maar ik kan me niet voorstellen dat je een hele regio met zijn inwoners afschrijft. Inwoners die dezelfde taal spreken en hetzelfde volkslied zingen.

Ik heb zelf een jaar in de welvarende en rijke Noord-Italiaanse regio Emilia-Romagna gewoond, heb daarnaast heel veel van Italië gezien en een half jaar in Calabrië gewoond. En ik geef toe, in het zuiden is het armoediger, veel huizen liggen er onafgebouwd bij, de werkloosheid is hoog en er verdwijnt veel (overheids) geld in de verkeerde zakken. Maar het zijn ook gewoon mensen en die zijn niet allemaal hetzelfde (en Noord-Italianen zijn overigens ook niet vies van corruptie).

Zo werkt bijvoorbeeld de jonge bedrijfsleider van een lokale Calabrese supermarkt 60 a 80 uur per week. Hij maakt dagen van 8:00 tot 20:00. Vaak 7 dagen per week. Op zijn 19e begonnen als vakkenvuller en hij heeft het, door heel hard te werken, zich positief en dienstverlenend op te stellen, gemaakt tot direttore del supermercato. Hij rijdt in een goed onderhouden eigen auto, is bezig met het zelf kopen van zijn eerste appartement (en beide niet gesponsord door zijn ouders, wat heel veel Noord-Italiaanse jongeren wel laten doen) en zijn droom is inkoper van wijnen te worden bij een groothandel (en dat gaat hem lukken ook).

En in de trein van Calabrië naar Rome ontmoette ik een Calabrese jongen van 21, op weg naar de hoofdstad en op zoek naar werk. Hij was al 1,5 jaar werkloos, had daarvóór allerlei tijdelijke baantjes gehad en liet huis en haard achter om in de (800 kilometer verder gelegen) grote stad werk te vinden. Hij had zijn cv tientallen keer uitgeprint en hij wilde alles aannemen. Niks vond hij te min.

Ik wens hem dubbel succes. Want hij zal helaas tegen de discriminatie van een aantal van zijn landgenoten aanlopen.

Zo bleek maar weer uit de reactie van een signora die ik in Rome ontmoette tijdens het uitlaten van Vulcan. Aanvankelijk was ze helemaal enthousiast over mijn werk, mijn hond en mijn kennis van het Italiaans en heette mij van harte welkom in Rome.

Totdat ik vertelde dat mijn ouders een appartement hadden gekocht in Calabrië. “Waarom in vredesnaam in Calabrië? Daar wonen alleen maar vieze Calabresen! Ze zijn allemaal lui en een grote schande voor Italië! Hoe ze hun dieren behandelen, ongelooflijk! Het zijn zelf beesten!” En zo ging ze nog even door.

Ik denk niet dat haar manier en die van minister Brunetta de manier is om Italië vooruit te helpen. Door een hele regio met zijn inwoners af te schrijven en te wijzen op de verschillen. Aan deze vrouw vertelde ik dat de meeste Calabresen die ik ontmoet heb, ontzettend vrijgevig zijn, heel hulpvaardig, heel hard werken en dat veel noorderlingen daar nog een puntje aan kunnen zuigen. Dat Calabrië een prachtige ongerepte natuur heeft met de schoonste lucht van Italië. Dat deze regio zich ontwikkelt en dat de inwoners open staan voor veranderingen (ook op het gebied van dierenwelzijn). Ik weet niet of mijn verhaal veel indruk op haar maakte, maar ze was in ieder geval even stil en liet het bezinken.

Toch was ik ontdaan door haar intense afkeer van haar eigen landgenoten. En ik hoop dat zij een uitzondering is in Rome dat, op andere vlakken, zo mooi de positieve kanten van Noord- en Zuid-Italië weet te combineren (de Zuid-italiaanse chaos en het Noord-Italiaanse voorzieningenniveau).

Het zou zo mooi zijn als deze stad ook echt een verbindende rol tussen noord en zuid zal kunnen gaan spelen. Aan mij zal het in ieder geval niet liggen!

Read Full Post »

Stromboli, wat een prachtig eiland en wat een indrukwekkende vulkaan. Een aantal maanden heb ik dit statige natuurverschijnsel vanaf het Italiaanse vasteland kunnen bestuderen. Vanaf het terras van het appartement waren zijn scherpe vormen te zien en elke 15 minuten een “pufje”. Maar nooit de echte lava-uitbarsting, die zou alleen te zien zijn vanaf de Middellandse zeezijde.

Soms verdween de vulkaan voor een paar dagen onder een dik wolkendek. Om dan weer, na een alles schoonmakende regenbui, te verschijnen en zelfs het dorpje San Vincenzo te tonen, wit schitterend in de zon.

Het eiland Stromboli ligt voor de kust van Calabrië en is onderdeel van de Eolische eilandengroep. Een boot brengt je er, vanaf Tropea, in 1,5 uur naar toe.  Een zeer aangename tocht met uitzicht op Capo Vaticano, de baai van Cosenza en, aan het einde van de reis, ook de andere Eolische eilanden.

Het piramidevormige eiland is op natuurlijke wijze opgedeeld in tweeën: de krater bevindt zich aan de Middellandse zeezijde en de dorpjes aan de vastelandzijde. De bevolking leeft van de visvangst, de fruitoogst en de zomerse toeristen.

De kleine witte huisjes, het zwarte strand en de blootvoetse bewoners geven het eiland een bijzondere sfeer. De laatste grote uitbarsting was dan wel in 2007 en de kratermond van de vulkaan ligt aan de onbewoonde zijde van het eiland. Toch is in de ogen van de oude bebaarde mannen iets van angst te zien. Een soort continue paraatheid om te vluchten voor de gloeiendhete lava.

Op tijd vluchten moest ik ook, maar niet voor een vulkaanuitbarsting.

De dreigende wolken beloofden namelijk slecht weer. En de steeds hoger wordende golven dreven de boot van de kade naar een aanlegplek op het strand, waar het aan boord gaan iets minder risicovol was.

Met enige haast vertrekken we, om toch nog even naar de andere kant van het eiland te varen. In het pikkedonker, met alleen een flinke bries en het geluid van een motor vaart de boot met 350 mensen aan boord verdeeld over twee dekken langzaam richting de achterzijde van het eiland. Steeds groter en indrukwekkender doemt de vulkaan op. Vaag is stoom te onderscheiden. Zou dat lava zijn? De boot mindert vaart en blijft stil liggen. Ik heb de goede kant van de boot uitgekozen en heb een prachtig uitzicht. Na lange spannende minuten zie ik eerst wat rook uit de kratermond komen en dan een paar seconden later een metershoge uitbarsting met een rood-gele gloed. Eindelijk zie ik de lava-uitbarsting die het, voor mij al die tijd zichtbare, rookpluimpje veroorzaakt. Heel spectaculair!

De boot draait langzaam om zodat, bij de volgende uitbarsting, ook de mensen aan de andere kant van de boot de kans krijgen om dit spektakel te aanschouwen. Zij wachten af, draaien zich in ongemakkelijke houdingen, verrekken hun nekken en op het moment suprême…draait de boot weg. Weg uitzicht, weg spektakel, weg beide zijden van de boot die de kans krijgen om zo’n mooi natuurverschijnsel te zien.

Blijkbaar heeft de kapitein zeer grote haast om naar Tropea terug te varen. En ik geef hem geen ongelijk: binnen enkele minuten worden de golven hoger, het buiswater komt steeds verder de boot in en er wordt uitgelaten gegild.

Totdat de hoge golven lange tijd aanhouden en de eerste plastic zakjes uitgedeeld worden. De halve boot is ziek en dan is een 1,5 uur durende boottocht lang, heel lang.

Read Full Post »

Bosbrand

Een harde aantrekkende Siciliaanse wind haalt mij uit mijn boek. Toch maar even checken of alles goed vast staat op het terras. Het is aardedonker en ik zie zo snel niks bijzonders. Maar ik hoor gekraak van takken en ik ruik een brandlucht. Ik kijk richting de vallei en tot mijn grote schrik schieten achter het grote huis met de mooie dakpannen van onze overburen, de vlammen metershoog de lucht in.

In de prachtige diepe vallei, waar ik een paar maanden geleden nog zo’n mooie wandeling met mijn vader heb gemaakt, is een kilometerslange brand uitgebroken. Het is elf uur ’s avonds en in ons dorp van 28 inwoners zie ik niemand op straat. De wind staat dan wel de goede kant op en daardoor bedreigt de brand onze woningen nog niet direct, maar hij trekt toch  flink aan. Ik hoor veel hondengeblaf.

Na een paar minuten draait de wind heel licht en de vlammen komen langzaamaan onze kant op. De prachtige bomen direct achter het huis aan de overkant lijken al in  brand staan.

Op het moment dat ik de overburen wil waarschuwen, komt een groepje oude mannen de straat in. “Wow, dit is toch wel veel groter!” en “Het is het huis van Francesco!” hoor ik ze zeggen en ze springen in een auto. Dan volgen de brommers, scooters, autootjes en andere vervoersmiddelen van de mannen zich snel op.

Zij zullen er wel voor gaan zorgen en ik kruip mijn bed in, maar niet voordat ik een aantal voorzorgsmaatregelen heb getroffen.

Tijdens de nacht word ik nog een paar keer wakker en ga toch even kijken. De brand is het ene uur veel kleiner, maar laait een paar uur later weer op. De rode gloed van het vuur en het koele licht van de bijna volle maan, de brandlucht en het gekraak van takken, maken het tot een irreële ervaring.

Toch kan ik weinig doen. Ik hoor een helikopter in de lucht en vlak voordat ik weer in slaap dommel, vraag ik me af of ze ’s nachts bluswater uit de zee kunnen halen met al die bootjes die er ronddobberen….

Gebroken word ik wakker. Ik hoor geen harde wind meer, ruik geen brandlucht en even later zie ik vanaf het terras dat het vuur inderdaad gedoofd is (voor nu).

Samen met Vulcan ga ik toch even kijken, voor de zekerheid.
Aan de rand van de vallei stoppen we, bij de elektriciteitsmast die omringd is door zwartgeblakerde grond.

Beneden en aan de overkant van de vallei zie ik een immens grote zwarte vlakte. Bijna twintig voetbalvelden groot. Het zwart kruipt omhoog de bergwand op en stopt, hoe verrassend, aan de rand van de eerste olijfbomen….

Read Full Post »

Er zwemmen eenden onder m’n plafond. Geen echte eenden, maar zo’n behangstrip met namaakeenden erop: typisch Italiaans en erg grappig.

Ik woon nu een week in mijn nieuwe appartementje in Brisighella en het bevalt hartstikke goed. Het was even een gok natuurlijk. Van het vertrouwde, paradijselijk rustige, door prachtige natuur omringde en met liefdevolle aandacht omgeven Ca’de’ Gatti naar een dorpje van 7500 inwoners waar ook toeristen komen (zo nu en dan komt er ook een verdwaalde Nederlander).

Maar ik heb goed gegokt. Brisighella blijkt één van de 50 mooiste burchtdorpen van Italië te zijn. Het plaatsje ligt aan de spoorlijn naar Florence (direct) en Bologna (met overstap) en vanaf de burcht kun je de Toscaanse heuvels zien. Ik voel me net een ontdekkingsreiziger, heerlijk.

Het plaatsje heeft meerdere toeristische trekpleisters waaronder dus een middeleeuwse burcht, een prachtige klokkentoren en thermale baden. En het is een hotspot voor wielrenners en wandelaars.

Mijn appartementje ligt aan de rand van het oude centrum aan een autovrij 17e eeuws klinkerstraatje langs de oude stadsmuur. Hierdoor heb ik een bakkertje, cafeetjes, groentezaakjes, marktje, videotheekje en bioscoopje om de hoek, maar woon toch in het groen. Een prachtige pad loopt vanaf mijn deur omhoog naar de burcht en ik word gewekt met vogelgekwetter en ga slapen met de roep van de uil (en ’s nachts gaan de kerkklokken uit hun dak, maar dat went).

Ik heb een typisch Italiaans tweekamerappartement dat verdeeld is over twee verdiepingen met een eigen keuken en badkamer (met wasmachine en trap (?)) en een open haard!

Er is geen tv of internet maar voor het nieuws haal ik de Italiaanse krant bij de tabaccheria en nestel mij naast de open haard op de heerlijke bank: ik vermaak me wel.

En voor contact hoef ik alleen maar het straatje uit te lopen om een espresso te gaan drinken. Met de carabinieri heb ik binnen 5 minuten na de verhuizing al “kennisgemaakt” (ik werd aangehouden, pfff, en echt niet omdat ik iets fout deed) dus dat komt goed.

Tanti saluti

Read Full Post »

%d bloggers liken dit: