Feeds:
Berichten
Reacties

Ricadi (Calabrië), december 2009. We rijden over wegen met gaten. Links en rechts staan containers die uitpuilen van de afvalzakken. Opengescheurd. Met krioelende katten en zo nu en dan een hond er omheen. Een levend exemplaar, een uitzondering, honden vinden we voornamelijk dood aan de kant van de weg. Aangereden en ter plekke overleden. Vreselijk dat een hond zo aan zijn einde moet komen. Maar ook wel; einde aan een heel hard leven: geschopt en weggestuurd worden, schuilen voor de winterse slagregens, onder de schurftplekken en teken, een enorme voortplantingsdrift en je kostje bij elkaar sprokkelen uit de afvalcontainers langs de weg: het is geen pretje.

Ricadi, december 2013. Het is de dag na kerst, de lokale RDW is open en we moeten de eerste wegenbelasting betalen (waarvan je overigens geen waarschuwing krijgt zodat je automatisch boete betaalt – gemeen slimmigheidje van de politici 😉 – zeggen ze hier). Op weg ernaar toe komen we verschillende vuilnisophaalwagentjes tegen. Vol met kleurige zakken. Bij de oprijlanen van de huizen staan de zakken al klaar om opgehaald te worden en knopen de vuilnismannen nieuwe vuilniszakken in verschillende kleuren aan de hekken. Voor het gescheiden inzamelen van het afval, waar Ricadi nu een jaar mee bezig is.

En het werkt! Zeker 40% van het afval wordt sinds de invoering al gescheiden opgehaald. Een ontzettend hoog percentage voor zo’n arme (en door sommige Italianen als achterlijk bestempelde) regio. Met een betrokken burgemeester, flexibele inwoners (die het nieuwe systeem zo oppakten en van nature wel twee keer nadenken voordat ze eten weggooien) en hardwerkende vuilnismannen heeft deze gemeente in een jaar tijd bijna € 100.000 bespaard op de afvalverwerkingskosten, zijn de straten schoon en is het aantal aangereden dieren enorm verminderd.

Ook op de dag na kerst zijn de vuilophalers hier in Ricadi druk aan het werk, om situaties als in Rome te voorkomen: Daar troffen bewoners met kerst varkens aan bij een overvolle vuilcontainer. De super actieve vuilophaaldienst in Rome zette dan wel al zijn materiaal in om al het kerstafval weg te werken, maar ook hen lukte het niet de enorme hoeveelheden voedsel en verpakkingsmateriaal die bewoners gedurende kerst weggooien, te verwerken. Maar misschien ligt daar juist de oplossing…

Advertenties

Roma TerminiDe geur van vers gezette espresso komt me tegemoet. In de bar achter mij is het een komen en gaan van Italianen die, ondanks de crisis, hun koffie en croissant aan de bar niet opgeven. Een zacht winterzonnetje warmt me op. Ik wacht op de trein naar de armste regio van Italië, het prachtige Calabrië.

Ik ben een half uur te vroeg op het station, er waren protesten aangekondigd in Rome. Protesten tegen de bezuinigingen van de regering en het inhalige gedrag van politici. Protesten die steeds heftiger worden.

Het boek dat ik probeer te lezen pakt me niet. Wat er om me heen gebeurt des te meer.

Een kleine man van middelbare leeftijd eet een croissant. Zo’n lekkere, met jam erin en poedersuiker er bovenop. Een stoppelbaardje, bruine versleten jas. Hij haalt luidruchtig z’n neus op, neemt een hap van zijn croissant en gooit nonchalant het servetje op de grond.

Even later komt hij terug, hij sist wat naar mij, steekt z’n hand naar me uit en bromt ‘buone feste’. Ik bedank hem, geef hem wat geld en probeer toch nog een stukje te lezen in m’n boek.

Op de achtergrond schalt de tv-reclame van Breil door de stationshal. Chique en warm aangeklede mensen passeren met mooie koffers. Op weg naar familie voor de feestdagen.

Er komt een man langs met een wit boordje. Hij biedt me via een foldertje hulp aan. Ik weiger, hij heeft niet de juiste persoon uitgekozen.

Er komt een vrouw naast me staan, in de zon. Een oranje muts op haar vermoeid uitziende hoofd, een versleten donkere winterjas geeft haar nog een beetje body, een jaren-70 legging omringt haar dunne beentjes. Ze houdt een schuimrubber kussen met een gat erin voor haar buik en geniet even van de zon.

Rechts van mij komt een man staan die wat opzoekt op z’n smartphone en een sigaret opsteekt. De vrouw naast me komt in beweging, richting de man. Ze vraagt hem vriendelijk om een sigaret. Hij negeert haar, kijkt haar niet aan, geeft geen antwoord, draait zich om en loopt weg.

De vrouw wordt boos, ‘chiedevo solo una sigaretta!’. Ze loopt terug naar haar plekje naast me, mompelt nog wat en staart met een lege blik voor zich uit. Onder haar op de grond ontstaat een plas gelige vloeistof, het plasje wordt steeds groter. De kleurige legging om haar rechterbeen is donkerder dan die van haar linker, plakt tegen haar aan. Soppend in haar afgetrapte gymschoenen sloft ze weg, de warme stationshal uit.

Het is zaterdagmorgen vroeg. Iedereen slaapt nog, maar ik ben er al lekker uit. Het is mooi weer en de honden staan te kwispelen om uit te gaan. Het gras is nog nat van de dauw, het enige geluid dat wordt voortgebracht, is van roodborstjes en musjes. De frisheid van de ochtend is te ruiken in de lucht. De honden snuffelen de wegtrekkende sporen van de afgelopen nacht op en ontdekken pootafdrukken van katten en zwijnen. De ene hond wordt er goed wakker van en begint van plezier rondjes te rennen om de ander, die daar de zin nog niet helemaal van inziet.

Langzaamaan lopen we richting de grasvelden die omringd worden door eeuwenoude olijfbomen, fruitbomen en een boom die de geur van Zwitsal-olie verspreidt. Rondom de velden liggen vervallen lemen huisjes en opslagruimtes. Ze worden niet meer voor hun oude functies gebruikt, maar via gaten in de muur is nog te ontdekken wat er vroeger gedaan werd in die ruimtes.

Ik ga voor een lekkere lange weekendwandeling en geniet nu al. Nietsvermoedend en volledig ontspannen loop ik met de honden hun favoriete veld op. Plotseling staat de oudste hond stil en wil niet verder meer. Ik volg zijn blik.

Iets verderop, op een verhoging, komt een man uit zo’n oude opslagplaats. De man is groot en heeft een langwerpig voorwerp in zijn handen. Ik loop iets meer het veld op om de honden daar te kunnen laten rennen, en zie dat het lange voorwerp dat de man in zijn handen heeft van hout is, met een donkergrijs stuk halverwege en aan het einde. Eén van de honden trekt me naar voren. Nu zie ik dat de man die mijn kant op komt, een jachtgeweer in zijn handen heeft.

De jager in spe heeft een snor en van een afstand zie ik zijn kleine priemende ogen in zijn bolle gezicht. Hij kijkt mij van een afstand onderzoekend aan, stapt steeds meer mijn kant op en blokkeert op die manier m’n pad naar de opslagplaats aan de rand van het veld. Hij loopt nog meer mijn richting op en probeert me duidelijk van de opslagplaats weg te houden. Ik probeer rustig door te lopen en de honden bij me te houden.

Wat kan ik doen? Ik heb geen kwaad in de zin en heb twee grote honden bij me, die mij absoluut zullen verdedigen als ik aangevallen word. Maar daar heb ik niets aan nu zich tegenover mij de kapotmakende kracht van een geweer bevindt. Ik kan me nergens achter verschuilen, loop in een open veld, volledig weerloos, en hoop van ganser harte dat mijn honden luisteren en bij me blijven.

Ik weet de bedoelingen van deze man niet, maar blij met mijn aanwezigheid is hij duidelijk niet. Daarom buig ik af. Ik loop via hoge struiken en de honden meetrekkend en roepend, sneller dan ik wilde, naar het hoofdpad, terug naar het asfaltpad, terug naar huis. Dan maar geen lange wandeling.

Zwetend en met de honden strak naast me, loop ik snel terug naar de veilige muren van het appartement. Waar de jager met bijbedoelingen, die inspeelde op de angst voor vuurwapens, niet kan komen. De man, die ik verder niet ken, maar die op basis van zijn angstzaaien al geen goede start met mij maakte. Gelukkig kan ik naar een warm en veilig huis en is de ontmoeting met het geweer goed afgelopen. De honden zijn uitgelaten, dan maar een iets kortere wandeling.

Maar hoe zit dat voor mensen in, bijvoorbeeld, Syrië. Stel dat je daar woont, en je moet voor brood de straat op, waar sluipschutters liggen te wachten. Je móét echt de straat op omdat je al dagen niet gegeten hebt. Net als je broertjes en zusjes die apathisch op vieze matrassen in het donker liggen te wachten, te bibberen van de kou. Je verzamelt alle moed, je móét móét móét naar buiten.

Zou je één van de 383 doden zijn die op diezelfde zaterdag in Syrië doodgeschoten worden?

Of ben je vijf blokken omgelopen? En heb je mazzel gehad en schoot de schutter mis. Heb je met dezelfde angst naar het vuurwapen gekeken. En de macht gevoeld die de persoon met het geweer had over jou? De macht om je (levens)loop te veranderen? De macht om het je onmogelijk te maken al eerder die week brood te halen voor je hongerige familieleden.

Of wat nou als je naar je school gaat, naar een basisschool in het veilige Newtown. En je ziet een man binnenkomen die ervoor zorgt dat jouw klasgenootje, waar je zo leuk mee kon voetballen in de pauze, nooit meer kan voetballen. Doodgeschoten. Zo voor je ogen.

Of je kan niet meer terug naar je eigen huis na een heerlijk ontspannen etentje in Amsterdam bij vrienden om de hoek omdat de politie je dringend oproept binnen te blijven, er wordt in het wilde weg geschoten in de straat voor je. Je moet er rekening mee houden dat je die avond niet naar huis kan, dat de hond niet meer uitgelaten wordt, je niet je noodzakelijke medicijnen in kunt nemen.

Raakten ook deze mensen een stuk onschuld, puurheid, onbevangenheid en goede bedoelingen kwijt en kwamen daar angst en wantrouwen voor terug zodra er een vuurwapen tussenkwam? Werden ook zij beperkt in hun bewegingsvrijheid en open blik naar onbekenden?

Bij mij gebeurde het die zaterdagmorgen in ieder geval wel.

Tegelijkertijd werd door deze ervaring mijn overtuiging nog meer versterkt:

Wil je de onschuld, goede bedoelingen en bewegingsvrijheid van mensen behouden, bespaar ze dan absoluut de aanblik van een wapen.

De beste wensen voor 2013.

Een Nederlandse in Rome

Ik geef het eerlijk toe: Ik ben niet zo’n fan van geschiedenis. Ik vind het wel razend interessant om te horen hoe het vroeger was, maar het blijft niet altijd allemaal goed hangen (“ik zoek het wel op internet weer op”). Eindeloze analyses van hoe het leven vroeger was of waarom de ene politieke partij niet met de andere politieke partij door één deur kon: niet echt iets voor mij. Ik kijk liever vooruit, naar de toekomst: hoe kunnen we, met wat we nu weten en kunnen, de wereld een stukje beter maken.

Tegelijkertijd besef ik dat de geschiedenis van het land waar je geboren bent en een groot gedeelte van je leven hebt doorgebracht, bepalend kan zijn voor wat je als normaal beschouwt, wat je referentiekader is en hoe je naar de wereld en de mensen om je heen kijkt. En je wordt je hiervan pas bewust wanneer je met een andere cultuur te maken hebt. Of langere tijd in een buitenlandse hoofdstad woont. Een soort Englishman in New York dus, maar dan net even anders.

Dit Nederlands-zijn realiseerde ik me heel goed toen ik in Rome de tentoonstelling over de 17e eeuwse Nederlandse schilder Johannes Vermeer bezocht (met daarnaast schilderijen van onder meer Emanuel de Witte, Pieter de Hooch en Gerard ter Borch). Nu liggen de Nederlandse en Italiaanse cultuur natuurlijk niet zo sterk uit elkaar als, zeg, de Nederlandse en Afghaanse cultuur. Maar toch zijn er aspecten van het (dagelijks) leven hier in Italië waar ik me tot nu toe nog niet de volle 100% mee heb kunnen verenigen. En de tentoonstelling over de Nederlandse schilders uit de Gouden Eeuw gaf mij een heel klein beetje inzicht in het waarom:

De tentoonstelling werd ingeleid met een samenvattende beschrijving van de geschiedenis van Nederland tot en met de Gouden eeuw en een beschrijving van de activiteiten van het Nederlandse volk destijds. Op verschillende plekken in de zalen hingen borden met een uitleg van onder andere de regeringsvorm, de reden waarom Nederland zo rijk was in die tijd, de voornaamste religie in Nederland destijds, et cetera. Voor mij als Nederlandse natuurlijk reeds bekende informatie, maar zo samengevat een enorme eye opener voor mijn “Nederlandsheid”.

Wat echter het meeste inzicht gaf waren de verschillende schilderijen zelf met de typisch Nederlandse taferelen die daarop afgebeeld zijn. Ze gaven de Italiaanse bezoeker een inkijkje in het Nederlandse dagelijks leven van die tijd en mij (absoluut geen kunstkenner) inzicht in de aspecten van mijn persoonlijkheid die mij zo Nederlands maken. Een korte rondleiding begeleid door vier schilderijen uit de tentoonstelling (waarvan er overigens niet één van Vermeer is :)):

De soberheid en strengheid van het calvinisme

Volgens mij de reden waarom Nederlanders (in ieder geval ik) nog niet helemaal zo 100% kunnen genieten als de Italianen. Er zit bij mij altijd een beetje een rem op. Kan dat wel? Kost het niet te veel geld? Kan dat niet goedkoper? Moeten we niet aan de slag? Het typisch Italiaanse dolce far niente (het lekkere nietsdoen) is nog niet aan mij besteed. Desondanks ben ik, denk ik, al veel makkelijker geworden. Ik geniet veel meer van een etentje in een goed restaurant, van mooie kleding en van een super goed smakend ijsje (met bijbehorende super hoge prijs ;)).

Al relatief veel vrijheden voor de 17e eeuwse vrouw

Ik vind het nog steeds indrukwekkend dat vrouwen hier in Italië vaak als minderwaardig lustobject worden gezien. Er wordt niet altijd vanuit gegaan dat vrouwen ook nog iets zinnigs te zeggen kunnen hebben. Of dat ze gestudeerd hebben en het volstrekt normaal vinden om zelf te betalen voor hun eigen deel van het romantische etentje. Op de tentoongestelde schilderijen is te zien dat in de 17e eeuw veel Nederlandse vrouwen konden lezen en schrijven en deel uitmaakten van muziekgroepen. Natuurlijk hielden ze zich ook bezig met het huishouden en de verzorging van de kinderen en worden ze altijd actief afgebeeld (maar dat kan ook de keuze van de tentoonstelling-samensteller zijn geweest). Maar wat ik zie op de schilderijen is een volwaardige rol van de vrouw, niet vooral een lustobject. En dat is helaas in het Italië van de 21e eeuw nog wel zo.

Het kille klimaat

De Nederlandse regen, lage temperaturen en wind nodigen natuurlijk niet erg uit om veel buiten op straat te zijn. We zijn dan ook een volkje van binnenzitters, gezellig bij elkaar en met de schemerlampen aan. Overdag proberen we zoveel mogelijk zonlicht binnen te krijgen en zoeken we het licht op, zoals ook blijkt uit het schilderij hiernaast. Misschien bepaalt dit ook wel onze enigszins gesloten houding (ten opzichte van Italianen). En bepaalt dit misschien ook waarom Italianen me zo snel welkom laten voelen (en ik het daardoor zo naar mijn zin heb). Het buitenleven en het snelle contact met mensen die je niet kent, zijn fantastisch. Maar ik verbaas me er hier ook over dat de Italianen de zon zo vaak buiten willen houden. Van die zware rolluiken die de hele dag gedeeltelijk naar beneden gelaten zijn. Ik heb het liefst alles open :)!

Huisdieren die al in de 17e eeuw  in Nederlandse huizen en kerken toegelaten werden

Voor mij, als dierenliefhebber, is het een vreselijk gezicht wanneer ik hoor of zie dat een hond de hele dag alleen op een balkon of in een tuin achtergelaten wordt. Huisdieren, vind ik, moeten deel uitmaken van het dagelijks leven van een huishouden. Nu begrijp ik waarom. Op veel schilderijen van 17e eeuwse Nederlandse taferelen worden huisdieren afgebeeld; honden en katten die heerlijk rustig liggen te slapen in de woonkamer of een stukje kaas krijgen in de keuken. Huisdieren werden zelfs in de kerk toegelaten! En er zijn schilderijen waarop ze daar al plassend staan afgebeeld. Maar dat gaat ook mij als Nederlandse dan weer net ietsje te ver ;).

De afstand tot rijkdom

Het kasteel op de heuveltop lijkt groter, indrukwekkender en onbereikbaarder naarmate je er verder vanaf rijdt. Met zijn grote toren in ivoorwit vormt het een imposant ijkpunt in de groene Toscaanse heuvels.

Een kasteel dat er een aantal jaar geleden nog verlaten bij lag, omringd door een aantal armzalige huisjes. Totdat een gepensioneerd Zuid-Afrikaans stel, rijk geworden door de mijnen, het besloot te kopen en op te knappen. Nu ligt het er als nieuw bij, met een super chique restaurant met 3 michelin-sterren-kok.

Een superlief, heel bescheiden en zeer gastvrij Nederlands stel had mij hier mee naar toe genomen. Om me te laten meegenieten van de zeer bijzondere smaken van de uitstekende gerechten. Een stel dat succesvol geworden is door samen jaar-in-jaar-uit met heel veel toewijding aan prachtige architectuurprojecten te werken. Met als doel kwaliteit te bieden, duurzaam. Maar met als belangrijke voorwaarde dat de projecten altijd samen tot stand komen. Samen met de o zo belangrijke partners, maar vooral ook samen met jonge mensen. Jonge mensen met frisse ideeën kansen geven en hen begeleiden, dat is wat (de eigenaar van) het bureau hoog in het vaandel heeft.

De eigenaren van het kasteel daarentegen brengen in hun burchtdorp op de Toscaanse heuveltop 2 weken per jaar door en de rest van de tijd in hun paleis in Engeland, gekocht van de koninklijke familie. Met geld verdiend ten koste van…vul het maar in.

Van dit Toscaanse burchtdorpje lijkt echter alleen een kroelerige kater echt te genieten. De rest van het gehucht met zijn spierwitte muren en gesloten deuren is namelijk stil, doodstil. De opgeknapte huisjes zijn voor de verhuur en staan nu leeg. Het enige huis dat het Zuid-Afrikaanse stel niet kon kopen, bloeit. Letterlijk, van de prachtige bloemen. Met schone was aan de waslijn. En met een bordje “Hier waak ik” dat verklaart waarom er een speciaal hek voor de aangrenzende kerk en het kruidentuintje van het restaurant is geplaatst…

Wat zou een Italiaans koffiebarretje met krantenkiosk hier al een verschil maken! En een voorbij schuifelende tuinman getekend door het harde werk op het land, een familie met lachende kleine kinderen, flirtende jochies die achter giechelende meisjes aanzitten, een buitenlandse badante die zorgt voor een oude man die nog vol verhalen zit.

Dan zou het pas leefbaar zijn, charme hebben. Want nu is het een kasteel uit een sprookje dat alleen bereikbaar is voor de eigenaren en het bijbehorende restaurant alleen voor een kleine groep rijke mensen. Het worden een soort spook-omgevingen. Zoals in meerdere Italiaanse stadjes, waar het leven langzaam wegsijpelt. Omdat het te duur is geworden voor de gemiddelde Italiaan om er, door de sterk gestegen huurprijzen, een winkeltje open te kunnen houden. Omdat de middenstander zijn kinderen een beter leven wil geven, hen heeft laten studeren. Maar hun kinderen, eenmaal afgestudeerd en gepromoveerd, komen in de huidige tijd niet aan de bak.

Bedrijven en universiteiten zeggen dat ze geen geld hebben om hen een betaalde baan aan te bieden. Maandenlang onbetaald stage lopen met maar een heel kleine kans op een baan is daardoor voor Italiaanse afgestudeerden heel gewoon. En eenmaal aan een betaalde baan, blijkt uit een Zwitsers onderzoek dat de inwoner van de Italiaanse hoofdstad gemiddeld de meeste uren van Europa werkt (bijna 1.900 in een jaar, bijna net zo veel als de inwoner van Sjanghai) tegen een zeer laag salaris (het gemiddeld netto-uurloon van een werknemer in Rome is € 9,40 (Amsterdam € 13,80), het gemiddeld netto jaarsalaris van een onderwijzer in Rome is € 17.100,- (Amsterdam € 25.200,-).

“Er is geen geld om jullie aan te nemen!”, wordt er tegen werklozen en jonge ambitieuze afgestudeerden gezegd. Maar ondertussen heeft de hoofdboekhouder van een Italiaanse regio een netto maand-inkomen van € 31.000,- en worden er met gemeenschapsgeld extravagante feesten georganiseerd, van het erbarmelijke niveau van de bung-bunga party’s van Berlusconi. Ontvangt de gemiddelde Italiaanse politicus in vergelijking met zijn Europese ambtgenoten het hoogste salaris. En bestaat er zoiets als senator voor het leven (met een bijbehorend hoog inkomen).

De leden van de groep rijke tot zeer rijke Italianen genieten van een leven in luxe en houden elkaar de hand boven het hoofd met het elkaar toespelen van lucratieve baantjes. In hun kasteel op de heuveltop. Vaak totaal onbewust van het harde leven zonder veel kansen en de armoede waar ontzettend veel van hun landgenoten dagelijks mee te maken hebben.

Landgenoten die een eind aan hun leven maken omdat ze hun elektriciteitsrekening niet meer kunnen betalen, jongeren die massaal het land proberen uit te vluchten omdat ze tegen “grijze” plafonds/deuren/muren aanlopen. Jongeren die steeds bozer worden door de berichten van de enorme verspilling van gemeenschapsgeld door de happy rich.

Hoe lang zal die afstand tussen armoede en extreme rijkdom en verspilling nog getolereerd worden? Hoe lang zal het duren voordat mensen echt in opstand komen? Nu worden demonstraties, heel strategisch, op kilometers afstand van de politieke beslissers gehouden en zijn de meeste Italianen gefrustreerd en murw geworden door de corruptie. Zullen ze hun politici vaker aan de schandpaal moeten nagelen? Openlijk, zoals het in de middeleeuwen ging? Maar dan via nieuwe technologie, zoals social media?

Kunnen de jongeren verandering hierin brengen? Of is het aan de volwassen ouderen die, soms of vaak ten koste van anderen, extreem rijk zijn geworden? En hun rijkdom, kennis en arbeidsmogelijkheden voor zichzelf houden. Kunnen die rijken nog wel rustig slapen? Zichzelf in de spiegel aankijken? Moet er niet bij hen een mentaliteitsverandering gaan plaatsvinden?

Wie staat er op van die ontzettend rijke Italianen? Wie wil die held zijn voor Italiaanse kinderen die ook in dit land willen blijven leven, voor die hoogopgeleide Italiaanse jongeren vol ideeën om Italië vooruit te brengen, voor die Italiaanse middenklasse die de prachtige Italiaanse dorpjes levendig wil houden?

Welke belachelijk verdienende provinciebestuurder of extreem rijke bankier staat op en zegt tegen zijn golfmaatjes en vijfsterrenrestaurantgangers: “Jongens, laten we het anders doen! Laten we jonge afgestudeerden (tegen betaling!) betrekken bij onze plannen en hun frisse ideeën over architectuur, koken, techniek, mode et cetera meenemen om Italië weer vooraan te laten staan in Design & Mode & Food & Cars. Laten we middenstanders financieel steunen in de periode dat ze het moeilijk hebben zodat de Italiaanse stadjes weer gaan bruisen van de koffiegeur, muziekvoorstellingen in de open lucht en interessante lezingen over kunst.”

Ik ben benieuwd wie dat is. Wie er als held op durft te staan en het inspirerende voorbeeld durft te zijn. De rijke Italiaan die niet in zijn ivoren toren wil blijven zitten, maar jonge en werkloze Italianen een kans geeft om het land samen weer leefbaar en charmant te maken. Op mijn steun kan hij rekenen!

De mens is inventief. En zeker de mens die is geboren op het Italiaanse schiereiland. Is er een ramp of crisis, neem dan ook maar een Italiaan op in je team. Ze weten op een originele en creatieve manier uit een benarde situatie te komen. Zit in de aard van het beestje. Zo lang mogelijk de boel op z’n beloop laten, genieten van het moment, la bella vita, de regels niet al te serieus nemen. Totdat het echt niet meer kan, de nood te hoog is en er echt ingegrepen moet worden. Dan gaan ze improviseren, bedenken oplossingen, werken er knoerthard aan en weten zich zo heel vaak uit een benarde situatie te bevrijden. Zie ook de ommezwaai van de inactiviteit van de regering Berlusconi naar het aanpakken van Monti.

Maar ook in gewone en dagelijkse situaties zijn Italianen (wanneer het echt nodig is) een kei in oplossingen verzinnen. Zo ook met de auto en scooter. Verzot als ze zijn op hun 4- of 2-wielig vervoermiddel namen ze voor een stukje van 100 meter nog de benzineslurper. Maar nu de crisis langer gaat duren dan verwacht en in een jaar tijd de benzineprijs enorm sterk gestegen is, moeten ze toch maatregelen gaan nemen. En in een stad waar je dat totaal niet verwacht (Rome heeft nou niet een erg rustige verkeerssituatie en goede luchtkwaliteit), stappen steeds meer mensen over van de scooter/auto…op de fiets! Voor de prijs hoeven ze het niet te laten. Voor een volle tank koop je hier al een tweewieler.

Alleen moet er wel iemand met dat fietsen beginnen en moet de rest overtuigd worden. Er zijn namelijk nauwelijks goede fietspaden in Rome, ondanks dat de stad niet onbekend is met fietsers wat blijkt uit de in Rome opgenomen prachtige film Ladri di biciclette:

Ladri Di Biciclette (The Bicycle Thieves) Trailer

Tot twee jaar geleden zag je dan ook maar zelden fietsers. Je in het drukke stadsverkeer begeven met een fiets was een behoorlijk gevaarlijke onderneming en de paar fietsers die elkaar tegenkwamen, staken elkaar bemoedigend de duim op.

Critical Mass Rome 2011Maar daar is verandering in aan het komen en door de hoge benzineprijs gaan die veranderingen nu snel. Een kritieke massa (Critical Mass) bezet maandelijks, in navolging van andere wereldsteden, al fietsend de stad. Een grote vrolijke, kleurrijke groep trekt over de brede straten van Rome al zingend, fietsbellend en muziek afspelend. Met elk jaar een afsluiter in Villa Pamfili. Heel gaaf!

De Nederlandse ambassade doet daar nog een schepje bovenop door elk jaar in mei BiciRoma te organiseren: 20 kilometer door de stad met 2000 fietsers. Onder politiebegeleiding over de mooiste straten van de eeuwige stad. Om aandacht te vragen voor duurzame mobiliteit in het algemeen en fietsen in het bijzonder. Een indrukwekkende oranje sliert (oranje t-shirt en dito ballon krijgen de fietsers van de ambassade) trekt dan door de stad. Met positieve reacties van toeristen, voetgangers en andere fietsers. En dan is er nog de organisatie die elke zondag een toertocht in Rome organiseert en die de fietspaden controleert. Fantastisch!

Meest recente initiatief op fietsgebied is dat een andere grote stad, Milaan, erover denkt om de eenrichtingsstraten voor fietsers open te stellen. Een mooi initiatief, maar wacht daar nog maar even mee in Rome ;-). De Italianen fietsen hier namelijk zoals ze op scooters rijden; bellend, tegen het verkeer in, op de stoep, slingerend, ze geven niet aan waar ze naar toe willen, rijden door rood. Hand uitsteken en een fiets-examen (zoals veel Nederlandse kinderen hebben af moeten leggen) klinkt hen dan ook vreemd in de oren. En de Romeinse automobilisten zijn nog onvoldoende op de fietsers ingespeeld. Met helaas al een aantal doden tot gevolg. Maar direct daarna ook een indrukwekkende mini flashmob van een groep Romeinen om aandacht te vragen voor fietsveiligheid.

Collalti fietsNaast dat het een mooie economische oplossing is, vinden Italianen fietsen ook hip: Ofwel op een prachtig mooie Collalti fiets met mandje erop, verse bloemen erin en zondag met je partner langs de mooiste monumenten van Rome fietsen (romantisch!). Ofwel met een hippe helm, hakken op de pedalen en met af en toe het aandrijfmotortje aan over de heuvel naar je werk. En het is nog gezond ook! Althans voor de lijn, met die zeven heuvels. Voor je longen is het met al die uitlaatgassen iets minder. Maar ook daar hebben die Italianen weer iets voor gevonden; een smetteloos wit maskertje over je mond.

Fantastisch in ieder geval, het sterk groeiend aantal fietsers in Rome die de stad minder vuil en minder gevaarlijk maken dan de auto’s en scooters! En wat nou als er meer fietsers dan auto’s en scooters in de eeuwige stad zijn? En grote delen helemaal autovrij? Volgens mij wordt de stad daar nog mooier van!

Monti’s Lente

De intensieve controles van de carabinieri op straat, de kassabonnetjes die pontificaal in het zicht liggen op de bar: De strijd tegen de belastingontduiking, één van de maatregelen van Monti, is duidelijk te zien.

Elke zaterdag lees ik in mijn favoriete bar in Trastevere de krant. Er wordt bij binnenkomst een hoekje voor mij en Vulcan gecreëerd. Ik krijg een heerlijk geurende (en smakende) espresso en Vulcan zo nu en dan een stukje cornetto. Altijd een fijn begin van de zaterdag ;-). En zeker nu de lente aanbreekt.

Sinds de eerste zonnestralen zijn doorgebroken, staan de voorpagina’s van La Repubblica en Il Corriere della Sera vol met de maatregelen van premier Monti om de economie uit het slop te trekken. Maatregelen op het gebied van transparantie, kostenverlaging en het toegankelijk maken en in beweging krijgen van de arbeidsmarkt. Wat een ondernemingslust!

Monti en Berlusconi enigszins gelijkend op de foto uit La RepubblicaOp een binnenpagina van La Repubblica van zaterdag 3 maart staat onder een artikel ook een foto van deze ondernemende man, terwijl hij Berlusconi de hand schudt. Een glimlach van Monti, geen minachting, niks nep, maar vergoelijkend. Maar daarmee o zo superieur aan de nepglimlach en het gedraaikont van Berlusconi.

In 2013 zal Monti zijn mandaat beëindigen en is het weer aan Berlusconi en de zijnen. Slim. Onder de foto en het artikel korte teksten met het ouderwetse geneuzel en gemoddergooi van de politieke partijen dat er schril tegen afsteekt. Teksten die in de pre-Monti fase de voorpagina’s “vervuilden”.

Wat een verfrissend begin van het jaar en wat zijn Monti’s maatregelen belangrijk voor dit land! Natuurlijk is het makkelijker regeren met een kort mandaat en een duidelijk doel (aan de Europese eisen voldoen) dan een vierjarige regeerperiode met een samenraapsel van politici waarvan hun belangrijkste doel is op de plek blijven zitten (id est: een vet salaris binnen krijgen) en kiezers tevreden houden. Maar ook hier is Monti druk mee bezig. Het enige waar hij zich volgens mij nog niet veel mee bezig houdt, is de hervorming van de universiteit. Maar daar heeft de vorige minister zo’n zooitje van gemaakt dat het lijkt alsof hij dat hoofdpijndossier nog even voor zich uitschuift.

We moeten wel zien hoe het na deze hoopgevende lentemaatregelen gaat en goed opletten dat Monti niet te veel vrijheden neemt in zijn beslissingen. Maar ik denk dat hij eerder een herdenkingsplaquette gaat krijgen dan Berlusconi. Dat deze laatste er sowieso er geen één gaat krijgen, lijkt me overigens wel duidelijk.

Moro Memorial Rome (wikpedia)Dat realiseerde ik me ook toen ik, dwalend door de straatjes van het oude centrum, in “de straat van Aldo Moro” uitkwam. Waar hij gevonden is, dood, vermoord door de Brigate Rosse. Premier van de Italiaanse republiek, met natuurlijk ook zijn niet helemaal perfecte kanten. Maar ik stond even stil bij zijn gedenkteken. Waarop woorden van deze strekking stonden; een voorbeeld voor anderen, belangrijk, sociaal, vooruitgang.

Dit soort woorden zullen niet snel voor Berlusconi geschreven worden op een herdenkingsplaquette, denk ik. Niet dat ik zijn dood al voorzie (hoewel met 75 jaar…). Maar bij hem zullen het eerder woorden zijn als charmeur, dolce vita, producent van televisieprogramma’s, eigenaar van AC Milan. Gelukkig domineert hij niet meer de voorpagina’s.

Mede dankzij de maatregelen van Monti. Monti’s Lente zullen we het maar noemen. En die mag van mij nog wel even duren.

%d bloggers liken dit: