Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Het is nooit saai in Calabrië’ Category

Ricadi (Calabrië), december 2009. We rijden over wegen met gaten. Links en rechts staan containers die uitpuilen van de afvalzakken. Opengescheurd. Met krioelende katten en zo nu en dan een hond er omheen. Een levend exemplaar, een uitzondering, honden vinden we voornamelijk dood aan de kant van de weg. Aangereden en ter plekke overleden. Vreselijk dat een hond zo aan zijn einde moet komen. Maar ook wel; einde aan een heel hard leven: geschopt en weggestuurd worden, schuilen voor de winterse slagregens, onder de schurftplekken en teken, een enorme voortplantingsdrift en je kostje bij elkaar sprokkelen uit de afvalcontainers langs de weg: het is geen pretje.

Ricadi, december 2013. Het is de dag na kerst, de lokale RDW is open en we moeten de eerste wegenbelasting betalen (waarvan je overigens geen waarschuwing krijgt zodat je automatisch boete betaalt – gemeen slimmigheidje van de politici 😉 – zeggen ze hier). Op weg ernaar toe komen we verschillende vuilnisophaalwagentjes tegen. Vol met kleurige zakken. Bij de oprijlanen van de huizen staan de zakken al klaar om opgehaald te worden en knopen de vuilnismannen nieuwe vuilniszakken in verschillende kleuren aan de hekken. Voor het gescheiden inzamelen van het afval, waar Ricadi nu een jaar mee bezig is.

En het werkt! Zeker 40% van het afval wordt sinds de invoering al gescheiden opgehaald. Een ontzettend hoog percentage voor zo’n arme (en door sommige Italianen als achterlijk bestempelde) regio. Met een betrokken burgemeester, flexibele inwoners (die het nieuwe systeem zo oppakten en van nature wel twee keer nadenken voordat ze eten weggooien) en hardwerkende vuilnismannen heeft deze gemeente in een jaar tijd bijna € 100.000 bespaard op de afvalverwerkingskosten, zijn de straten schoon en is het aantal aangereden dieren enorm verminderd.

Ook op de dag na kerst zijn de vuilophalers hier in Ricadi druk aan het werk, om situaties als in Rome te voorkomen: Daar troffen bewoners met kerst varkens aan bij een overvolle vuilcontainer. De super actieve vuilophaaldienst in Rome zette dan wel al zijn materiaal in om al het kerstafval weg te werken, maar ook hen lukte het niet de enorme hoeveelheden voedsel en verpakkingsmateriaal die bewoners gedurende kerst weggooien, te verwerken. Maar misschien ligt daar juist de oplossing…

Advertenties

Read Full Post »

Het is zaterdagmorgen vroeg. Iedereen slaapt nog, maar ik ben er al lekker uit. Het is mooi weer en de honden staan te kwispelen om uit te gaan. Het gras is nog nat van de dauw, het enige geluid dat wordt voortgebracht, is van roodborstjes en musjes. De frisheid van de ochtend is te ruiken in de lucht. De honden snuffelen de wegtrekkende sporen van de afgelopen nacht op en ontdekken pootafdrukken van katten en zwijnen. De ene hond wordt er goed wakker van en begint van plezier rondjes te rennen om de ander, die daar de zin nog niet helemaal van inziet.

Langzaamaan lopen we richting de grasvelden die omringd worden door eeuwenoude olijfbomen, fruitbomen en een boom die de geur van Zwitsal-olie verspreidt. Rondom de velden liggen vervallen lemen huisjes en opslagruimtes. Ze worden niet meer voor hun oude functies gebruikt, maar via gaten in de muur is nog te ontdekken wat er vroeger gedaan werd in die ruimtes.

Ik ga voor een lekkere lange weekendwandeling en geniet nu al. Nietsvermoedend en volledig ontspannen loop ik met de honden hun favoriete veld op. Plotseling staat de oudste hond stil en wil niet verder meer. Ik volg zijn blik.

Iets verderop, op een verhoging, komt een man uit zo’n oude opslagplaats. De man is groot en heeft een langwerpig voorwerp in zijn handen. Ik loop iets meer het veld op om de honden daar te kunnen laten rennen, en zie dat het lange voorwerp dat de man in zijn handen heeft van hout is, met een donkergrijs stuk halverwege en aan het einde. Eén van de honden trekt me naar voren. Nu zie ik dat de man die mijn kant op komt, een jachtgeweer in zijn handen heeft.

De jager in spe heeft een snor en van een afstand zie ik zijn kleine priemende ogen in zijn bolle gezicht. Hij kijkt mij van een afstand onderzoekend aan, stapt steeds meer mijn kant op en blokkeert op die manier m’n pad naar de opslagplaats aan de rand van het veld. Hij loopt nog meer mijn richting op en probeert me duidelijk van de opslagplaats weg te houden. Ik probeer rustig door te lopen en de honden bij me te houden.

Wat kan ik doen? Ik heb geen kwaad in de zin en heb twee grote honden bij me, die mij absoluut zullen verdedigen als ik aangevallen word. Maar daar heb ik niets aan nu zich tegenover mij de kapotmakende kracht van een geweer bevindt. Ik kan me nergens achter verschuilen, loop in een open veld, volledig weerloos, en hoop van ganser harte dat mijn honden luisteren en bij me blijven.

Ik weet de bedoelingen van deze man niet, maar blij met mijn aanwezigheid is hij duidelijk niet. Daarom buig ik af. Ik loop via hoge struiken en de honden meetrekkend en roepend, sneller dan ik wilde, naar het hoofdpad, terug naar het asfaltpad, terug naar huis. Dan maar geen lange wandeling.

Zwetend en met de honden strak naast me, loop ik snel terug naar de veilige muren van het appartement. Waar de jager met bijbedoelingen, die inspeelde op de angst voor vuurwapens, niet kan komen. De man, die ik verder niet ken, maar die op basis van zijn angstzaaien al geen goede start met mij maakte. Gelukkig kan ik naar een warm en veilig huis en is de ontmoeting met het geweer goed afgelopen. De honden zijn uitgelaten, dan maar een iets kortere wandeling.

Maar hoe zit dat voor mensen in, bijvoorbeeld, Syrië. Stel dat je daar woont, en je moet voor brood de straat op, waar sluipschutters liggen te wachten. Je móét echt de straat op omdat je al dagen niet gegeten hebt. Net als je broertjes en zusjes die apathisch op vieze matrassen in het donker liggen te wachten, te bibberen van de kou. Je verzamelt alle moed, je móét móét móét naar buiten.

Zou je één van de 383 doden zijn die op diezelfde zaterdag in Syrië doodgeschoten worden?

Of ben je vijf blokken omgelopen? En heb je mazzel gehad en schoot de schutter mis. Heb je met dezelfde angst naar het vuurwapen gekeken. En de macht gevoeld die de persoon met het geweer had over jou? De macht om je (levens)loop te veranderen? De macht om het je onmogelijk te maken al eerder die week brood te halen voor je hongerige familieleden.

Of wat nou als je naar je school gaat, naar een basisschool in het veilige Newtown. En je ziet een man binnenkomen die ervoor zorgt dat jouw klasgenootje, waar je zo leuk mee kon voetballen in de pauze, nooit meer kan voetballen. Doodgeschoten. Zo voor je ogen.

Of je kan niet meer terug naar je eigen huis na een heerlijk ontspannen etentje in Amsterdam bij vrienden om de hoek omdat de politie je dringend oproept binnen te blijven, er wordt in het wilde weg geschoten in de straat voor je. Je moet er rekening mee houden dat je die avond niet naar huis kan, dat de hond niet meer uitgelaten wordt, je niet je noodzakelijke medicijnen in kunt nemen.

Raakten ook deze mensen een stuk onschuld, puurheid, onbevangenheid en goede bedoelingen kwijt en kwamen daar angst en wantrouwen voor terug zodra er een vuurwapen tussenkwam? Werden ook zij beperkt in hun bewegingsvrijheid en open blik naar onbekenden?

Bij mij gebeurde het die zaterdagmorgen in ieder geval wel.

Tegelijkertijd werd door deze ervaring mijn overtuiging nog meer versterkt:

Wil je de onschuld, goede bedoelingen en bewegingsvrijheid van mensen behouden, bespaar ze dan absoluut de aanblik van een wapen.

De beste wensen voor 2013.

Read Full Post »

Ik ben een vreemde man tegengekomen. Met een emmer en een witte jeep. Tijdens mijn ochtendwandeling over het Calabrese platteland. Ver weg de velden op waar je normaal alleen wat blaffende honden tegenkomt. Af en toe een paardendrol. Of een hoopje veren, van een vogel die een aanval van de rondzwervende vos niet overleefd heeft. Maar nooit een ander persoon, laat staan een auto.

Maar daar stond hij. Een gebruinde Italiaan van rond de 30, stevig gebouwd en met grote handen. Op het uitgestrekte veld waar ik altijd de honden loslaat omdat het er zo stil is. Waar de vogels in de twee vijgenbomen vaak het enige gezelschap zijn.

VijgenboomOnder de mooiste vijgenboom stond de gebronsde man. Met in één van die grote handen een wit emmertje. Regelmatig ging zijn andere hand omhoog. De boom in om vijgen te plukken.

Met zijn open jeep was hij vanochtend in alle vroegte vanuit zijn huis op Capo Vaticano naar deze boom gereden. “Omdat hier de beste vijgen van de streek hangen. Kom maar proeven. Ze zijn nu al lekker, maar we leggen ze één voor één in de zomerzon. In de winter heb je dan de heerlijkste gedroogde vijgen.”

Dat de Calabrese gedroogde vijgen lekker zijn, had ik al ervaren. Afgelopen winter, bij het supermarktje in Ricadi. Waar eigenaar Gianni mij een zak gedroogde vijgen toestopte. “Voor jou, proef maar. Is heerlijk”. En ik gaf hem geen ongelijk. Een volle zoete smaak, zonder toevoegingen van honing of kaas. Gewoon puur natuur en zo smaakvol.

Deze normale vijgen zijn makkelijk te plukken en te eten. Emmer, lange armen (eventueel een tak met een natuurlijke haak) en vroeg opstaan (anders is het te warm op de velden) zijn voldoende om die heerlijke sappige vruchten te plukken. Eventueel schillen en dan zo opeten.

fich d'indiaEcht heel vroeg opstaan en een speciale ijzeren stok mee zijn echter de benodigdheden voor die andere vijgen, de fichi d’India. Deze langwerpige vruchten met bovenop prachtige bloemen zitten aan grote cactusachtige planten. De vruchten zelf hebben ook stekels en beginnen half augustus van lichtgeel naar donkeroranje te kleuren.

Voor het eerst sinds ik in Calabrië ben, heb ik zo’n vijg op. De eerste vrucht van het seizoen werd mij gepresenteerd door een allervriendelijkste man. De  regenpijpaanlegger uit het naburige dorp. Hij heeft haarfijn uitgelegd hoe en wanneer je deze stekelige vrucht plukt en eet. Wat een arbeid! En dat voor een stuk fruit dat weliswaar heel voedzaam is (de Siciliaanse landarbeiders gebruikten het heel lang als ontbijt), maar mij te melig.

Vanochtend heel vroeg zijn we naar het land van zijn moeder gelopen en hebben daar deze prachtige, maar voor mij te stekelige vruchten geplukt. Wat een verhalen en Fichi d'india opgestapeldwat een werk. Het zorgt ervoor dat ik steeds meer inzicht krijg in de producten die in de supermarkt liggen. Wat een belachelijk lage prijs voor zo veel werk!

En mijn favoriete vijgen? Die haal ik het liefste bij Gianni, gedroogd.

Read Full Post »

Stromboli, wat een prachtig eiland en wat een indrukwekkende vulkaan. Een aantal maanden heb ik dit statige natuurverschijnsel vanaf het Italiaanse vasteland kunnen bestuderen. Vanaf het terras van het appartement waren zijn scherpe vormen te zien en elke 15 minuten een “pufje”. Maar nooit de echte lava-uitbarsting, die zou alleen te zien zijn vanaf de Middellandse zeezijde.

Soms verdween de vulkaan voor een paar dagen onder een dik wolkendek. Om dan weer, na een alles schoonmakende regenbui, te verschijnen en zelfs het dorpje San Vincenzo te tonen, wit schitterend in de zon.

Het eiland Stromboli ligt voor de kust van Calabrië en is onderdeel van de Eolische eilandengroep. Een boot brengt je er, vanaf Tropea, in 1,5 uur naar toe.  Een zeer aangename tocht met uitzicht op Capo Vaticano, de baai van Cosenza en, aan het einde van de reis, ook de andere Eolische eilanden.

Het piramidevormige eiland is op natuurlijke wijze opgedeeld in tweeën: de krater bevindt zich aan de Middellandse zeezijde en de dorpjes aan de vastelandzijde. De bevolking leeft van de visvangst, de fruitoogst en de zomerse toeristen.

De kleine witte huisjes, het zwarte strand en de blootvoetse bewoners geven het eiland een bijzondere sfeer. De laatste grote uitbarsting was dan wel in 2007 en de kratermond van de vulkaan ligt aan de onbewoonde zijde van het eiland. Toch is in de ogen van de oude bebaarde mannen iets van angst te zien. Een soort continue paraatheid om te vluchten voor de gloeiendhete lava.

Op tijd vluchten moest ik ook, maar niet voor een vulkaanuitbarsting.

De dreigende wolken beloofden namelijk slecht weer. En de steeds hoger wordende golven dreven de boot van de kade naar een aanlegplek op het strand, waar het aan boord gaan iets minder risicovol was.

Met enige haast vertrekken we, om toch nog even naar de andere kant van het eiland te varen. In het pikkedonker, met alleen een flinke bries en het geluid van een motor vaart de boot met 350 mensen aan boord verdeeld over twee dekken langzaam richting de achterzijde van het eiland. Steeds groter en indrukwekkender doemt de vulkaan op. Vaag is stoom te onderscheiden. Zou dat lava zijn? De boot mindert vaart en blijft stil liggen. Ik heb de goede kant van de boot uitgekozen en heb een prachtig uitzicht. Na lange spannende minuten zie ik eerst wat rook uit de kratermond komen en dan een paar seconden later een metershoge uitbarsting met een rood-gele gloed. Eindelijk zie ik de lava-uitbarsting die het, voor mij al die tijd zichtbare, rookpluimpje veroorzaakt. Heel spectaculair!

De boot draait langzaam om zodat, bij de volgende uitbarsting, ook de mensen aan de andere kant van de boot de kans krijgen om dit spektakel te aanschouwen. Zij wachten af, draaien zich in ongemakkelijke houdingen, verrekken hun nekken en op het moment suprême…draait de boot weg. Weg uitzicht, weg spektakel, weg beide zijden van de boot die de kans krijgen om zo’n mooi natuurverschijnsel te zien.

Blijkbaar heeft de kapitein zeer grote haast om naar Tropea terug te varen. En ik geef hem geen ongelijk: binnen enkele minuten worden de golven hoger, het buiswater komt steeds verder de boot in en er wordt uitgelaten gegild.

Totdat de hoge golven lange tijd aanhouden en de eerste plastic zakjes uitgedeeld worden. De halve boot is ziek en dan is een 1,5 uur durende boottocht lang, heel lang.

Read Full Post »

Bosbrand

Een harde aantrekkende Siciliaanse wind haalt mij uit mijn boek. Toch maar even checken of alles goed vast staat op het terras. Het is aardedonker en ik zie zo snel niks bijzonders. Maar ik hoor gekraak van takken en ik ruik een brandlucht. Ik kijk richting de vallei en tot mijn grote schrik schieten achter het grote huis met de mooie dakpannen van onze overburen, de vlammen metershoog de lucht in.

In de prachtige diepe vallei, waar ik een paar maanden geleden nog zo’n mooie wandeling met mijn vader heb gemaakt, is een kilometerslange brand uitgebroken. Het is elf uur ’s avonds en in ons dorp van 28 inwoners zie ik niemand op straat. De wind staat dan wel de goede kant op en daardoor bedreigt de brand onze woningen nog niet direct, maar hij trekt toch  flink aan. Ik hoor veel hondengeblaf.

Na een paar minuten draait de wind heel licht en de vlammen komen langzaamaan onze kant op. De prachtige bomen direct achter het huis aan de overkant lijken al in  brand staan.

Op het moment dat ik de overburen wil waarschuwen, komt een groepje oude mannen de straat in. “Wow, dit is toch wel veel groter!” en “Het is het huis van Francesco!” hoor ik ze zeggen en ze springen in een auto. Dan volgen de brommers, scooters, autootjes en andere vervoersmiddelen van de mannen zich snel op.

Zij zullen er wel voor gaan zorgen en ik kruip mijn bed in, maar niet voordat ik een aantal voorzorgsmaatregelen heb getroffen.

Tijdens de nacht word ik nog een paar keer wakker en ga toch even kijken. De brand is het ene uur veel kleiner, maar laait een paar uur later weer op. De rode gloed van het vuur en het koele licht van de bijna volle maan, de brandlucht en het gekraak van takken, maken het tot een irreële ervaring.

Toch kan ik weinig doen. Ik hoor een helikopter in de lucht en vlak voordat ik weer in slaap dommel, vraag ik me af of ze ’s nachts bluswater uit de zee kunnen halen met al die bootjes die er ronddobberen….

Gebroken word ik wakker. Ik hoor geen harde wind meer, ruik geen brandlucht en even later zie ik vanaf het terras dat het vuur inderdaad gedoofd is (voor nu).

Samen met Vulcan ga ik toch even kijken, voor de zekerheid.
Aan de rand van de vallei stoppen we, bij de elektriciteitsmast die omringd is door zwartgeblakerde grond.

Beneden en aan de overkant van de vallei zie ik een immens grote zwarte vlakte. Bijna twintig voetbalvelden groot. Het zwart kruipt omhoog de bergwand op en stopt, hoe verrassend, aan de rand van de eerste olijfbomen….

Read Full Post »

%d bloggers liken dit: