Ogen

De angst in de ogen van mijn wijze buurvrouw van 82, weduwe sinds een jaar. Samen zitten we in de gemeenschappelijke tuin, even in de zon. Haar dochter van 52 belt. Ze is net klaar met haar dienst als arts in het ziekenhuis 40 kilometer verderop. Uren in een pak, afgeschermd van de patiënten. “Het is onwerkelijk mamma, dit virus. De vele patiënten en ze zijn zo ziek.”

Mijn normaal zo opgewekte buurvrouw kijkt me met lege ogen aan. “Ik ben zo moe de laatste dagen. Waar gaat dit naartoe? De straten zijn leeg. De treinen zijn leeg. Kennissen overlijden. Ik heb de oorlog meegemaakt, maar dit maakt zo’n indruk.”

Ze heeft sinds begin maart een flinke hoest. Heeft twee dagen koorts gehad. Haar hart heeft een optater gekregen. Maar ze zit er. Elke ochtend vroeg uit de veren, krant lezen, de planten in de tuin verzorgen, mensen bellen. Ze wil graag naar buiten, in haar witte Fiatje 500 haar vriendinnen opzoeken, koffie drinken met vrienden, een tentoonstelling bezoeken. Het kan en mag niet.

We praten over steden, culturen, geschiedenis. We geven de planten water, genieten van de kersenbloesem, ze plukt een prachtige citroen voor me. “Elk TV-programma gaat over het coronavirus. Waar je ook langs zapt, je komt niet onder de staatjes uit: nieuwe besmettingen, nieuwe overledenen, en mensen die hersteld zijn.”

We bekijken de oude tegels die haar andere dochter in de tuin gevonden heeft onder een dikke laag aarde. Van de dansvloer die hier begin 20e eeuw lag. We gaan er een groot tuinfeest op geven, wanneer het weer mag en kan.

“Even zitten.“ Ze doet lippenstift op. Een lijkwagen rijdt over de openbare weg naar de begraafplaats. Het is de begrafenis van de moeder van haar huisarts. Ze loopt naar haar eigen auto, wil er ook naar toe. Ze wil er zijn voor de familie die er ook voor haar zo vaak is geweest.

Na 5 minuten is ze terug. “Niemand behalve de zoon, schoondochter en kleinkinderen mochten de begraafplaats op. Ik mocht zelfs niet naar het graf van m’n man.”

Met vermoeide ogen gaat ze zitten op het bankje. We praten over de overwinningen van de wetenschap op de pest, op tuberculose. De verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. De vrede waarin we al 75 jaar leven. Waarin enorme sprongen zijn gemaakt. Ik vertel haar over de vele wetenschappers en onderzoeksinstituten in de wereld die nu, mede geholpen door internet en de technologische vooruitgang, knoerthard samenwerken aan een vaccin. Even ontstaat er een sprankeling in haar ogen.

“Zien we elkaar morgen weer in de tuin?”, vraag ik haar. “Ja, graag”. Iets van haar vertrouwde pit en een voorzichtige glimlach zijn weer terug.

3 gedachtes over “Ogen

  1. Lieve Fieke wat heb je weer een mooi verhaal geschreven, ik zie jullie samen zitten. Dikke knuf Von

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s